Wat was het een mooie dag!

Wat was het een herdenking. Tropisch warme temperaturen. Gelukkig had het 's nachts geregend, daar zou Va blij om geweest zijn, het land is zo droog. Bedankt om er bij te zijn, in gedachten bij ons te zijn, je wens via kaart, sms, mail bij ons achter te laten.  Hieronder kan je teksten die gebracht werden nog eens nalezen. 

 

Tussendoor konden we genieten van de blokfluit en doedelzak muziek gebracht door Jowan Merckx.

An Beghin, dochter

Ik heb wat zitten tobben over wat ik wilde vertellen aan jullie, het publiek. Zo veel, zo weinig. Deze blog was een trip down to Memory-Lane. Hij  heeft  zelf veel geschreven, vertellen deed hij minder snel (heb ik er genoeg tijd voor genomen?). Er nu zelf een schrijfsel aan toevoegen? Dat zal ik hoogst waarschijnlijk wel nog doen, mijn eigen brokstukjes schrijven over mijn leven en mijn 'vadertje' om aan Ellie en Rinus door te geven, maar nu nog even niet.

Ik koos er dus voor om hem de inleiding op zijn engagement in Herent zelf te laten doen met het allerlaatste tekstje uit zijn boekje brokstukken 2, de afdankertjes. (Nu zouden we spreken van de come-back stage).

Ik vond de titel al zo mooi: 'zo vrolijk', naar het liedje van Herman Van Veen dat ik bij deze woorden direct in mijn hoofd hoor afspelen.

VROLIJK 

Ben ik vrolijk, Herman van Veen? Zelden. Ik ben al eens blij. Bijvoorbeeld als het regent. Ik schrijf dit in de tweede helft van september 2020 na een paar bijna regenloze maanden. En toch geniet ik ervan als op zo’n droge dag de morgenzon me streelt.
Dubbel gevoel.

In de regel ben ik nogal opgewekt, zeker in gezelschap. De laatste tijd ben ik wel wat neerslachtig. En ik zeg dat ook aan wie me met enige empathie vraagt hoe het met me gaat. De reden: corona, droogte, klimaat. In die volgorde. De drie hangen samen. Allemaal complexe aarde-problemen. Daarbij komen nog de wereldproblemen, ongelijkheid voorop. “We kunnen er toch niets aan doen”, kan ik moeilijk aanvaarden. Ik en andere ikken kunnen er inderdaad niets aan doen. Samen wel. Maar samen met wie? Dat
houdt me en vele (hoe veel?) anderen in een sluimerende onrust over wat op ons afkomt. Daar is een woord voor: solastalgie.

Toch prijs ik me gelukkig. Ik zeg tegen mezelf dat ik gelukkig ben. “Waarom?” vraag ik aan dat zelf. Dat antwoord verandert nogal eens. Op dit moment, zeg maar nazomer 2020, zijn er de volgende geluksbronnen.

Gelukkig ben ik sinds tien jaar in mijn buidel bij mijn kangoeroedochter. Een paar dagen geleden kwam ik ’s avonds thuis na een nogal deprimerende dag in gemondmaskerde Brussel. An, Kato, Kamiel en Hanne zaten gezellig aan tafel, ter gelegenheid van Hanne’s verjaardag. Dat te zien alleen al en daarbij het feit dat ik meteen mocht aanschuiven, maakten het verschil met de wat sombere maaltijd en avond die me anders ongetwijfeld te wachten stonden. (Let op, zo iets hoeft niet alle dagen. Alleen is niet eenzaam.)

Ik ben nu 82. “Nog goed voor je leeftijd”, krijg ik te horen. Ik ben inderdaad nog bezig, actief: fysiek, intellectueel, sociaal. Deze zomer weerspiegelde zich dat in mijn dagindeling. ’s Voormiddags werken in de tuin/boomgaard of in De Wakkere Akker (zelfoogst tuinderij). Wat een geluk dat ik die kans krijg: dat ik die boomgaard nog in gebruik heb en dat ik in de nabijgelegen  Wakkere Akker terecht kan. Wat dat laatste betreft, ten eerste omdat ik daar wat volk zie, ten tweede omdat wat ik doe in dank wordt aanvaard. Ik krijg al eens een complimentje. Bijzonder blij was ik met een Merci-kaartje, te meer omdat daaruit ook de community spirit spreekt van de CSA (community supported agriculture).

‘s Namiddags korte of lange siësta en dan wat  intellectueel werk, vooral schrijven, onder meer voor Wervel. ’s Avonds opzoekingswerk of lectuur daarvoor. Ik lees te weinig fictie.

Het sociaal contact valt door de Corona lockdown mager uit en er is ook weinig of niets te organiseren. In dat laatste komt nu stilaan wel een opening: inspirHerent, zij het via een enieuwsbrief.

Een tv heb ik niet. Tijdswinst! Ook geen geluidsinstallatie. Wel een volgens mijn normen goede luidspreker die ik onlangs nieuw aankocht samen met een paar radio’s. Een zekere vooruitgang tegenover de tweedehandse toestellen van André of van ’t Spit.  Mijn laptop, op aandringen van Ewoud enkele jaren geleden vernieuwd, is niet alleen nuttig voor mijn ‘intellectuele’ en ‘sociale’ bezigheden. Ik bekijk er ook al eens u-tubekes mee: humor (Toon Hermans is er helemaal door gedraaid), TED- en andere talks van boekenschrijvers zodat ik hun boeken niet hoef uit te pluizen, en muziek: zo historisch mogelijk uitgevoerde barok en klassiek, vooral kamermuziek. Ersatz-tv?

Eten doe ik conservatief, dat is sinds een dozijn jaren volgens hetzelfde stramien. ’s Morgens water, een half uur daarna fruit. ’s
Middags sla uit de groentebakken aan mijn achterdeur, ook paardebloem bladeren, vogelmuur en van de teelt in de boomgaard. Met het warmere klimaat lukt me dat ook ‘winters behoorlijk, maar toch niet volledig. ‘s Avonds in principe gewokte groente, maar de laatste tijd ben ik daarvoor al eens te lui en blijft het bij brood, bijvoorbeeld met tomaat, zolang het seizoen het toelaat, vijgen, dadels en af en toe een ei (van onze eigen kippen) of vlokken. Resultaat: allicht te weinig eiwitten, maar die zitten in de details die ik hier niet weergeef, zoals mijn mengeling van zaden en noten in het sausje voor de salade.

Slapen lukt uitstekend. Ik doe het zelfs graag. Misschien wat te veel: vroeg erin en toch niet zo vroeg op. En dat ondanks de enkele keren dat ik uit bed moet om te plassen. Er weer in duiken, is des te aangenamer.

Vorige week u-tubede ik een man van 97, filosoof en auteur van een boek over sterven. Hij was veranderd van mening daarover. Ik heb er niet te veel op gelet in welke zin dat was. Ik onthoud: wat je in volle leven denkt over dood gaan en dood zijn, verandert als je met de dood voor ogen staat. Die gedachte speelde ook voortdurend in mijn hoofd als ik enkele weken geleden bezig was met de papieren voor mijn ‘wilsbeschikking bij het levenseinde’. Lees a.u.b. mijn “vooraf” daarbij en steun Kamiel, mijn
‘vertegenwoordiger’.

Deze week lees ik een artikel van Luc Bonneux, epidemioloog (waar blijven ze die uithalen in deze pandemie tijden?) Gezond sterven is niet het doel. (De Standaard 13 september, opinie). “Gedenk dat u zal sterven, betekent ook: gedenk dat u voordien oud en afhankelijk zal worden.” Dat wist ik al, maar het volgende doet me toch even schrikken. “Een gezond bestaan stelt afhankelijkheid uit, maar ook uw levenseinde: de kansen op afhankelijkheid en de duur van die afhankelijkheid nemen niet af, ze treden op hogere leeftijd op.”

Waarom leef ik eigenlijk gezond?

Voor voeding en beweging toch. Gemoedsrust (Αταραξία) ligt wel wat moeilijker. Waarom zou ik gezond willen leven? Als “gezond sterven niet het doel is”, is gezond leven dat ook niet, want het is alleen maar uitstel. En ik wil niet lang leven. Liever vrolijk leven. Vrolijk en zo. Wat dat “zo” betekent, zal nog wel enkele keren veranderen.

PS De “zo” is begin 2021 al verrijkt met het volgende inzicht. Als het slecht gaat in de brede omgeving, wereld en aarde, laat dat niet op je gemoed inwerken. Niet alleen word je er niet vrolijker van, maar vooral belast je er je naaste omgeving mee. Beter het hoofd rechtop houden. En aansluiten bij de bewegingen die de kiem leggen voor een leefbare wereld en aarde. In welke richting? Ook dat is zoeken. Wel zal het niet lukken door nog meer, zij het bijgestuurd, van hetzelfde: met de kaarsen te verbeteren, waren
we niet bij elektriciteit uit gekomen zou Einstein hebben gezegd. Omslag!

Omdenken zou ik zeggen, daar ben ik grote fan van.

Eric, boer van de CSA Wakkere Akker

Geen tekst beschikbaar maar ga eens bij heb op bezoek of beter nog: sluit je aan ;-)!

wakkereakker.be

 

 

Luc Draye, echte Herentenaar

Beste familie en vrienden van Paul,

Toen Tom me belde met de vraag of ik hier vandaag kort iets wilde zeggen, antwoordde ik meteen, een beetje onbewaakt, dat ik dat graag zou doen. ‘Graag doen’ was als verwoording eigenlijk niet helemaal gepast, besefte ik in een flits – graag iets zeggen op een herdenkingsmoment voor een overledene, en dan zeker als het om Paul gaat, die altijd zo bedacht was op een goede, aan de omstandigheden aangepaste woordkeuze… Maar ik heb me herpakt en gezegd dat ik me voor dat graag excuseerde en met veel respect en waardering voor wat Paul gedaan en betekend heeft, wel iets wilde zeggen.

Hoe lang ik Paul ken en hoe het eerste contact tot stand is gekomen, weet ik eigenlijk niet. Misschien via Ann en de jeugdcatechese van de parochie einde jaren ‘70, maar dat doet er eigenlijk niet toe. In ieder geval zijn onze contacten intensief geworden via de GROSH, nu Mondiale Raad, en onafgebroken gebleven door alles waar Paul in en voor onze gemeente zijn schouders onder zette, soms, maar vaker niet dan wel, op het eerste plan, maar altijd als de man die ideeën aanreikte, mensen verbond en samenbracht in de Raden Generaal of in InspirHerent, met een open geest, zijn eigen standpunten met overtuiging verdedigend, maar ook bereid om die even tussen haken te zetten als er andere voorstellen kwamen die in de goede richting, in zijn goede richting van transitie gingen. En hij was en bleef altijd een actieve en betrokken supporter voor alles wat in de gemeente met een blikverwijdende insteek gebeurde en opgezet werd, zoals, bijvoorbeeld, de zusterband met Guatemala, waarvan hij het vijfentwingjarige jubileum volgend jaar helaas niet meer zal kunnen meemaken.

Intensief hebben we ook overlegd in die voor de GROSH en andere adviesraden wat sombere periode toen het beleid inzet en denkwerk van het middenveld eerder wantrouwde en het onafhankelijke denken probeerde te neutraliseren. Het was de periode toen de statuten van de GROSH herwerkt zouden en moesten worden met het primaat van de politiek als argument en vanuit de koppige idee dat dat primaat alleen gegarandeerd kon worden als de politiek niet alleen het laatste, maar ook het eerste woord had. Maar dat is gelukkig verleden tijd.

Naast deze Herentse contacten waren er ook andere die ik koester, namelijk diegene die ik onze groene contacten wil noemen. Vaak hebben we het over onze tuinen en teelten gehad, als Paul voorbijfietsend even halt hield in de Belsenakestraat en mij in zijn plannen en visies daarrond betrok. Ik heb er een aantal jaren, dankzij het plantgoed dat hij me bezorgde, de teelt van oerprei aan overgehouden, die ik jammer genoeg niet in stand heb kunnen houden. Excuus daarvoor, Paul!

Ik heb het al aangegeven: Paul was ook een man van het precieze woord. En hij had een duidelijk betere pen dan de gemiddelde socioloog. Ik herinner me een tekenende anekdote. Ik lees al vele jaren de Herentse infokrant na, en kreeg op een goede dag een mailtje van Paul over een formuleringskwestie. In de infokrant worden vaak initiatieven en acties kort aangekondigd en laat men er de melding op volgen dat “wie meer informatie” wil, die op de website of ten gemeentehuize kan vinden. Pauls opmerking was dat hij zo een simpele aankondiging niet als “informatie” beschouwde en dat “meer informatie” dus eigenlijk niet correct was en dat we moesten schrijven “wie informatie wil”. We hebben die suggestie niet gevolgd, en ik ga ervan uit dat hij ons dat niet kwalijk heeft genomen.

Nog een talige kwestie: ik vernam van Koen Neyens vorige woensdag op de vergadering van Mondiale Raad dat Paul hem had laten weten dat hij blij was dat het met de afkorting GROSH wijlen was, maar dat hij toch liever dan Mondiale Raad Mondiaalraad gehad zou hebben. Hier, Paul, moet ik je tegenspreken: Mondiaalraad is een nominale samenstelling met een aangehecht determinans die in het Duits wel in orde is (Generalversammlung, Frontalzusammenstoß, Sonderbestimmung) , maar in het Nederlands niet – en die dus ‘in de boekjes’ terecht als een germanisme beschouwd wordt. Hier had je dus geen gelijk!

Paul, voor alles wat je voor Herent en voor de wereld daarbuiten hebt betekend en blijft betekenen, ben ik je, namens de gemeente, bijzonder erkentelijk. Je was onder de inwoners van onze gemeente een Spezialfall, een speciaal geval, dus.

Om af te sluiten ga ik te leen bij Pieter Frans Thomése, die in zijn boek Schaduwkind reflecteert over gevoelens van verlies en de verwoording daarvan. In dat boek gaat het over het overlijden van zijn dochtertje, maar wat Thomése over de moeilijkheid, de onmogelijkheid van het juiste woord bij een afscheid schrijft, is leeftijdsonafhankelijk en zo geformuleerd dat Paul het ongetwijfeld gewaardeerd zou hebben.

Het heel korte hoofstukje heeft de titel Witter dan papier.

De taal heeft geen zin om mij te begrijpen, zich bij mij neer te moeten leggen. Als zwaluwen buitelen ze door de lucht, de nog onsterfelijke woorden. Met het karige brood der betekenissen laten zij zich niet lokken, ze laten zich niet als vleermuizen op staldeuren vastspijkeren. Ze duizelen hoog boven de bekende wegen, waar de lucht ijler is dan adem, de wereld witter dan papier.

Bedankt, Paul

Luk Draye

Burgemeester (maar dat is in dezen niet relevant)

Tom Beghin, zoon

Als ik erover terugdenk, heb ik Va vooral leren kennen nadat we niet meer in hetzelfde huis woonden. Ik ben tamelijk vroeg (op mijn 19de) naar het buitenland getrokken, en sindsdien genoot ik ervan om regelmatig met Va te communiceren—eerst via brieven die we elkaar begonnen te schrijven (dat was in mijn Zwitserland periode), dan via fax en e-mail (die overgang gebeurde toen ik de Verenigde Staten aan het studeren was), en nadien, toen ook dat spotgoedkoop begon te worden, per telefoon (vooral vanuit Canada, toen ik zelf vader van een jong gezin was geworden).

“Hallo, Paul Beghin hier,” was altijd een vertrouwde en uitnodigende begroeting, die ik steevast beantwoordde met, “Dag Va, Tom hier,” want zo hadden we het geleerd: dat je je aan de telefoon moest identificeren. Va heeft nooit de volgende stap naar GSM gezet, laat staan een smartphone, en ‘caller-ID’ heeft hij nooit gekend. Die weerstand tegen nieuwe technologie heeft er altijd ingezeten. Het oude was nog altijd goed genoeg.

Of beter nog: “zonder.” Eén van Va’s zogenaamde ‘brokstukjes’ die ik heb herontdekt, en die An toevallig ook op die website heeft gezet, is getiteld “Zonder is gezonder.” Ik lees de eerste paragraaf:

"Volgens Velt is tuinieren zonder pesticiden gezonder. Als Velter weet ik dat je niet op één zonder-been kunt staan. Je kunt maar zonder spuiten, als je ook zonder spitten en vooral zonder kunstmest werkt. En ik heb nog vele ‘zonders’ buiten mijn tuin. Zonder vlees, zonder tv, zonder plastron en kostuum, zonder gsm en andere e-snufjes. Terecht of ten onrechte. En ja, ook zonder auto. Terecht?"

VELT staat voor mij nog altijd voor Vereniging voor Ecologische Land- en Tuinbouw (waar Va zich hard in heeft geëngageerd), en ik heb (live! als kind, samen met hem) de stemming voor de verandering van naam meegemaakt naar Vereniging voor Ecologisch Leven en Telen. Ik weet niet meer wat Va daar over dacht, maar dat hij in zulke dingen kon opgaan, dat herinner ik me heel goed. Hij vond b.v. Agalev maar niets: waarom niet Alev? ‘Anders leven’ i.p.v. ‘Anders gaan leven.’ En in de tijd van de TGV of de HST (‘hogesnelheidstrein’) en de nakende onteigeningen van huizen en tuinen langs de spoorweg Brussel – Leuven, begon hij te zeggen, ‘Ik ben voor de TGV, maar dan op de autostrade.’

Dat was Va ten voeten uit: een man van principes.

Net daarom vind ik die twijfel op het einde van die alinea zo frappant: “terecht – vraagteken.”

Mijn perspectief is dat het voor een opgroeiende tiener en jongvolwassene niet altijd even makkelijk was om zo’n principiële vader te hebben.

“Toegegeven,” schrijft Va in de volgende alinea, “ik heb mijn zoon [dat ben ik dus] leren [auto]rijden. Dat wil zeggen, hij heeft het zichzelf geleerd. Ik zat ernaast en ging met hem naar het rijexamen.”

Dat was effectief dus ook zo. Maar ik herinner me dat hij het theoretisch, vanuit de kennis van een wagen, allemaal wel verrassend goed kon uitleggen. En dat hij nooit boos werd, wat ook heel belangrijk is, besef ik nu ik mijn tweede zoon leer autorijden. Ergens hier in de buurt, ik denk in Tildonk, was er een oefenterrein, georganiseerd door de VAB op zondagmorgen. Een beeld dat mij bijblijft is dat Va, in plaats van zich met mij bezig te houden, een praatje begon te slaan met één of andere vrijwilliger, terwijl ik dus alleen aan het ‘oefenen’ was. Als ik er hem zou over aanspreken, denk ik dat dat zou uitmonden in een gesprek over opvoeding. Hij sprak in mijn humaniora-jaren b.v. graag over Jean-Jacques Rousseau, zijn Emile ou de l’éducation en diens opvoedingsfilosofie van zelfredzaamheid.

Een andere krachtige herinnering is toen Va mij in Basel kwam bezoeken, wat voor hem hoogst uitzonderlijk was. Dat is nadien eigenlijk nooit meer gebeurd, niet op verschillende locaties in de VS, eerst alleen, dan met mijn gezin, noch in Canada. Va is nochtans altijd mijn grootste supporter geweest – maar artistiek lag dat toen iets moeilijker: hij had het niet hoog op met een conservatorium-achtige opleiding en interessant genoeg ben ik hem daarin volledig gevolgd: die scheiding tussen universiteiten en kunsthogescholen blijft een groot probleem in België. Maar hij was dus naar Zwitserland gereisd om me te horen optreden met het Basler Sinfonie Orchester: ik was toen 20 jaar en speelde een concerto van Liszt.

Ik heb er me vele malen van vergewist maar het klopt dus wel degelijk: dit was de eerste keer dat mijn vader mij publiek hoorde optreden, en nu kan ik ook dat plaatsen: het gedoe om kinderen een podium op te duwen en te doen alsof het allemaal echt is, dat was niet aan hem besteed. Geef hem maar een gitaar of een blokfluit, en laat a.u.b. de nadruk op het sociale aspect van musiceren. (Daar ben ik hem in mijn academisch werk ook in gevolgd en een hoogtepunt veel later was toen Va me op Orpheus in Gent kwam bezoeken, voor een workshop rond Haydn & via muziek converseren.)

Daags na dat optreden in Basel heeft hij mij het boekje Siddhartha, een roman van Herman Hesse gekocht – in het Duits, uiteraard: voor Va (en ook dat heb ik overgeërfd) moest alles in de originele taal gelezen worden. En als je die niet kent, tja, dan leer je die gewoon, zoals Va behalve Nederlands, Frans, Engels, een beetje Duits, ook Spaans, een tijdje ook Esperanto, en Swahili sprak.

Het klinkt misschien sentimenteel (en Griet, mijn echtgenote, heeft als experte in Aziatische geschiedenis en filosofie zeker haar bedenkingen bij Hesses interpretatie van Boeddhisme), maar die figuur van Siddhartha – een fictieve figuur dus door Hesse bedacht, in de schaduw van de echte ‘Gotama’ Boeddha – doet mij heel sterk aan Va denken: iemand die het niet nodig acht om in het middelpunt van de belangstelling te staan; iemand die via aardse ervaringen (niet te veel, maar net genoeg) langzamerhand wijsheid ontdekt; iemand die uiteindelijk als veerman door het leven gaat (luisterend naar het gemompel van een rivier, of Va naar zijn bomen en planten), en ten slotte, iemand die via de liefde voor zijn zoon empathie leert kennen en begrijpen.

En dat is wat ik versta in dat woordje, ‘toegegeven’: uiteindelijk gaat het hem als vader niet om hem, maar om mij, en als vader lukte het hem toch om water in zijn wijn te doen. En zo wil ik mij mijn vader herinneren: als een wijs man, als een mentor, een supporter, en een vriend.

‘Hallo, Paul Beghin hier’: die beschikbaarheid (die velen onder jullie zeker herkennen), of er in mijn geval nu een emotionele knoop ontward moest worden, of ik een tekst had die dringend vertaald of verbeterd moest worden, of wanneer er fysiek handen uit de mouwen gestoken moesten worden: die beschikbaarheid zal ik nog heel lang blijven missen.

Gerda Demulder, collega van op de verpleegsterschool

Gerda bracht een mooi eerbetoon op een spontane manier, zonder uitgeschreven tekst. We kunnen hier dus niets posten maar bedankt Gerda, het gaf een kleurrijk beeld op hoe hij was als collega/docent. 

We hopen dat onze Va, Opa, Paul in de herinnering van veel verpleegsters/ verplegers verder blijft leven als een interessante, ietwat speciale docent.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuur, goede vriend en collega van het andere departement

Ik heb Paul leren kennen als strijdmakker en geestesgenoot bij het sleutelen aan de samenleving. Later, als gepensioneerden, waren we tochtgenoot die samen gingen wandelen. Ik kende Paul als een doener. Maar tijdens die wandelingen leerde ik hem kennen als een kritisch denker, een filosoof, in de volkse betekenis van het woord.

Hij had een uitgesproken opvatting over mens en maatschappij. Hij geloofde rotsvast dat het nodig is om anders te leven en dat dit ook kon. Hij heeft dit consequent toegepast in zijn eigen leven. Spaarde geen tijd of moeite om vele Herententenaren daarvan te overtuigen.

Over die opvattingen kon hij tijdens de wandelingen enthousiast en overtuigend vertellen en discussiëren. Soms kon ik gemakkelijker zijn wandelritme volgen dan zijn gedachtegang. Een van de ideeën, waar we veel over gepraat hebben, was zijn opvatting over common: gemeen goed. Een common is meer een proces: door samen te denken, voelen, communiceren en samen beheren ontstaat er iets nieuw, dat weer kan gedeeld worden met anderen.

Het verhaal van de Wakkere Akker dat je daarnet hoorde is daarvan een voorbeeld. Maar even goed zou je volgens Paul de zorgsector zo kunnen organiseren. Voor Paul is en common een hefboom voor het realiseren van een andere samenleving. Een common geeft perfect weer waarvoor hij stond en de wijze waarop hij werkte. In zijn aanpak stond participatie centraal: samen denken, samen doen en samen delen. In een common kwamen zijn denken en doen samen.

Denken en doen, die twee gaan niet altijd samen. Voor Paul was het vanzelfsprekend. En waar het hart van vol was, liep de mond van over.

Groot was het verschil het laatste jaar, als ik hem bezocht in het WZC. De spraakzame man werd een zwijger. We hebben vele stille momenten gedeeld. Iets wat in het WZC is blijven hangen was zijn sobere levensstijl. Als we naar de cafetaria gingen kon ik hem bekoren met een ijsje. Hij bestelde dan: één bolletje, zonder slagroom of chocolade saus. Hij kon daar een hele tijd van eten of moet ik zeggen snoepen. Dit is geen tip die ik wil meegeven voor de ijskar die seffens komt, geen oproep om dan zijn voorbeeld te volgen.

Wat ik wel wil meegeven is, dat we Paul in Herent verder kunnen laten leven, door zijn ideeën uit te dragen en gestalte te geven. Ik ben er zeker van dat zaad, dat hij in al die jaren in Herent zo kwistig zaaide, honderdvoudig vrucht zal dragen.

Paul, bedankt voor wie je was en wat je deed. Bedankt om de momenten en gedachten die we samen deelden.

Cecile Beghin, zijn zus

Cecile koos ervoor om haar voordracht niet te delen. 

Dank je wel tante Cecile om toch je herinneringen met ons te delen.

 

 

 

Kamiel en Kato Debeuckelaere, als vertegenwoordigers van 'de kleine kinderen'

Onze opa was een wijze, belezen en principiële man. Iemand naar wie je makkelijk opkeek, en van wie wij als kleinkinderen veel hebben geleerd. Toen we nog op de schoolbanken zaten, stond hij altijd klaar om te helpen met Franse uitspraak of Latijnse grammatica. Maar ondertussen zijn de kleine kinderen niet meer zo klein, en wat opa ons meegaf reikt veel verder dan de schoolbanken.

Ik heb van Opa geleerd… om sociaal, hulpvaardig en geëngageerd te zijn.

Het eerste verhaal dat bij mij opkomt, speelt zich af op de bus toen ik een jaar of 10 was denk ik. Ineens begon opa daar tegen een vrouw Spaans te praten. Achteraf vroeg ik of hij haar kende. Neen, hij had haar Spaans horen spreken en wilde het zijne gewoon wat oefenen.

En niet alleen vreemde mensen op de bus konden op zijn hulp rekenen. Aan Opa en Moeke moest je maar een halve vraag stellen, of het leek alsof ons huiswerk ook hún huiswerk was geworden. Al was opa om hulp vragen niet zomaar zonder gevaar… Want eenmaal hij betrokken was, bestond er geen andere optie meer dan voluit te gaan, voor de tien - of zelfs 11 - op tien. Gewoon Les Misérables lezen volstond niet. Je kreeg er ook meteen een hele les over de Franse politiek bovenop. Voor onze filosoferende opa was levenslang leren een echt levensmotto.

Dat engagement reikte trouwens veel verder dan onze schoolwerkjes en had hij al van in zijn jeugd. Zo leerden we uit zijn verhalen dat hij mee de Chiro in Ronse heeft opgericht. Hij had zelf in de KSA gezeten, maar vond die te elitair. Hij wilde een alternatief waar iedereen zich welkom zou voelen. En dat chirogevoel is ook bij zijn kleinkinderen blijven hangen.

Ik heb van Opa geleerd… om ecologisch te leven.

Een moestuin in de Schotstraat, een moestuin op de boomgaard en natuurlijk ook een kleine moestuin in de Kapelstraat. Waar Opa ook woonde, maakte hij een moestuin. En maar goed ook, want hij at veel groenten!  In bepaalde periodes at hij zelfs helemaal niets anders. En die groenten moesten dan natuurlijk volledig ecologisch gekweekt zijn!

Al sinds zijn jongvolwassen jaren eet hij vegetarisch. Vanuit diezelfde ecologische visie. Iets wat in zijn tijd toch heel erg vooruitstrevend was en waarschijnlijk op veel kritiek heeft gebost. Net dat tekent zijn karakter. Mij heeft het in elk geval overtuigd om ook vegetariër te worden, want alle beetjes helpen.

Ik heb van Opa geleerd… om niet zomaar te verspillen.

Neem nu kleren. Die kan je toch dragen tot ze van je rug vallen?! In die filosofie kocht opa eigenlijk nooit iets nieuw. Wel ging hij af en toe shoppen bij 'dacosje', om dan thuis te komen met kleren die hij nog veel te goed vond om aan te doen. Dus verdwenen die in de reservedoos, tot hij ze écht nodig had. Goed bedacht in theorie. Maar in de praktijk deelde hij ze vaak eerst nog uit aan zijn kleinkinderen. Zo kregen we ook geregeld kleren van onszelf of van elkaar terug, nadat opa ze 'gered' had.

Voor opa hoefde het niet groots of nieuw te zijn. Integendeel, via hem kregen we net een voorliefde voor oude dingen. Tegenwoordig hebben we daar een hippe term voor: vintage. Weggooien lukte hem trouwens ook niet zo goed, wat hier op de boomgaard een hele verzameling oude fietsen opleverde. Toen ik op zoek was naar een nieuwe fiets, mocht ik dan ook gewoon gaan shoppen op de boomgaard. Daarna konden we er dan samen aan sleutelen. Een band vervangen, pedalen wisselen, het stuur wat hoger zetten… voor alles had hij wel een trucje of wat oude onderdelen om te depanneren.

Iedereen die opa gekend heeft, weet dat hij alles met de fiets deed. Deels omdat hij misschien was vergeten om met de auto te rijden, maar vooral uit principe. En we zullen nooit vergeten hoe hij een hand opstak ter begroeting wanneer je hem op de fiets kruiste. Al had hij daar door de jaren heen wat meer tijd voor nodig, want hij herkende je pas als je dichtbij genoeg was, of tot je 'dag opa' riep en je de herkenning op zijn gezicht zag verschijnen.

Ik heb van Opa geleerd... om te genieten van de kleine dingen.

3 jaar geleden namen we met de kleinkinderen opa mee op een weekend naar Ronse. Ik denk dat hij er heel erg van genoten heeft om ons daar rond te leiden en zijn herinneringen aan de streek te delen. Een kijkje nemen in de basiliek, een toertje in Mater en binnenspringen bij een nicht. Meer moest dat voor hem niet zijn. De herinneringen aan dat weekend zullen we voor altijd koesteren.

Een ander, vandaag zeer toepasselijk voorbeeld is dat hij voor zijn verjaardag nooit een echt feest wilde, gewoon samen met de familie een ijsje eten was meer dan genoeg.

Bewust of onbewust, opa bracht ons veel bij. En soms zijn het ook wat minder fraaie eigenschappen die op ons zijn overgesprongen, zoals zijn verzamelwoede. Fietsen, meubels… net als opa hebben we de neiging veel bij te houden, je weet nooit of onze kleinkinderen er later iets van kunnen gebruiken!

Vandaag nemen we afscheid van wat ooit zijn lichaam is geweest. Zo omschreef opa het zelf. Maar daarmee is hij niet weg. Niet in de zin van een hiernamaals, want daar geloofde hij niet in. Wel in zijn invloed: op zijn kinderen, zijn kleinkinderen, en ongetwijfeld ook, langs een omweg, op zijn achterkleinkinderen. En ik vermoed dat hij ook in iedereen die hier vandaag is, op een manier zal verder leven.

Nog een laatste keer: dag opa!

Groetjes,

Je kleine kinderen

Peter en Marieken, fietsenmaker en groene vrienden

Paul, een lieve koppigaard, een ruimdenkende eigenzinnigaard. Hij zou als eerste het woord 'duurzaam' kunnen gebruikt hebben, om het daarna wegens 'te veel misbruikt of te hol', te vervangen door volhoudbaar of eeuwig vernieuwbaar.

Taal was belangrijk voor hem. Woorden moesten de lading dekken. En bij die woorden hoorden daden. Hij toonde mij permacultuur principes lang voor het een rage was, hij leerde Herent composteren en waar ik zijn fiets al lang had opgegeven, bleef hij die maar laten herstellen. Onkruid wieden bij de wakkere Akker, Herent inspireren, beginselvast op dezelfde nagel blijven kloppen, dat kon hij. 

Zoals hij traag de 5 km uitliep, ver in de 70, zo bleef hij langzaam maar zeker werken aan een betere wereld. Graag een boom voor hem op een openbare plek, een noeste eik liefst. Niet recht groeiend langs een paal maar vrij kronkelend, zoekend naar de juiste weg.